Lithium-ion batterijen slaan energie op door lithium-ionen tussen anode en kathode te verplaatsen. Voor stationaire energieopslag domineren twee celchemieën: NMC (nikkel-mangaan-kobalt) en LFP (lithium-ijzerfosfaat).
NMC biedt hogere energiedichtheid en compacte bouw — gebruikt in EV's en elektronica. Nadeel: lagere thermische stabiliteit. Bij overlading, kortsluiting of mechanische schade kan de kathode zuurstof vrijgeven en de brand versnellen.
LFP heeft lagere energiedichtheid maar veel betere thermische en chemische stabiliteit. Dominant in stationaire opslag, PV-systemen en UPS.
Thermal runaway — een zelfonderhoudende exotherme reactie — is het worstcasescenario. NMC reageert heftiger; LFP is veiliger maar niet immuun en kan ook hete, brandbare, toxische gassen vrijgeven.
Conclusie: batterijveiligheid hangt niet alleen af van de chemie. Het hele systeem telt — BMS, elektrische bescherming, thermische scheiding, gasdetectie en een beschermende behuizing.



